Definitie
Smokwerk is een borduurtechniek met de hand die stof in kleine, gelijkmatige plooitjes samentrekt en die met decoratieve steken vastzet, zodat er een licht rekbaar paneel met reliëf ontstaat.
Smokwerk dankt zijn naam aan de smock, het ruime linnen werkhemd van het Engelse platteland, waarvan de wijdte bij de borst, de schouders en de manchetten werd samengehouden door banden gestikte plooitjes. Tegenwoordig versiert het kinderjurkjes, blouses, passen en manchetten.
Twee hoofdmethodes:
- Engels smokwerk: de stof wordt eerst in piepkleine, gelijke plooitjes gerimpeld met rijen rijgsteken, met de hand of met een smokmachine. Daarna borduur je decoratieve steken zoals de kabelsteek, golfsteek, honingraatsteek en traliesteek over de toppen van de plooitjes, en haal je de rimpeldraden eruit. Je hebt er zo'n drie keer de afgewerkte breedte aan stof voor nodig.
- Direct smokwerk, ook Noord-Amerikaans, tralie- of Canadees smokwerk genoemd: je tekent een raster van stippen op de stof en pakt die in een vaste volgorde op, zodat de stof zonder voorplooien in geometrische reliëfs vouwt. Het is populair op kussens van fluweel en satijn.
Fijne, stevige katoenen stoffen zoals lawn, batist en vichyruit (gingham) zijn traditioneel; bij vichyruit vormen de ruitjes zelfs een kant-en-klaar raster.
In mode en confectie bedoelt men met gesmokt vaak elastisch smokken: rijen elastiekgaren die in een fractie van de tijd een vergelijkbare look geven. Echt smokwerk rekt minder, maar heeft een rijker reliëf. Verwante technieken zijn rimpelen en plooien.