Definitie
Een plooi is een vouw in de stof die je vastperst of vaststikt om wijdte op te vangen, en die onder het stiksel openvalt voor ruimte en beweging, zoals in rokken en broeken.
Een plooi maak je door de stof langs één lijn te vouwen en die vouw naar een tweede lijn te brengen, de plaatsingslijn. Op een patroon staan beide lijnen aangegeven, vaak de ene doorgetrokken en de andere gestippeld, met een pijl die laat zien in welke richting je vouwt. Elke plooi neemt twee keer de afstand tussen de lijnen in.
De belangrijkste soorten:
| Plooi | Hoe ze gevouwen is |
|---|---|
| Platte plooi (mesplooi) | Alle vouwen wijzen dezelfde kant op |
| Stolpplooi (boxplooi) | Twee vouwen van elkaar af gedraaid, met aan de buitenkant een plat paneel |
| Omgekeerde stolpplooi | Twee vouwen die aan de buitenkant in het midden tegen elkaar komen: een stolpplooi van achteren gezien |
| Plissé | Smalle plooitjes die met hitte blijvend over de hele stof zijn gezet |
Plooien kun je over de hele lengte scherp persen, zoals bij een kilt of een plooirok, of zacht laten en alleen bovenaan vastzetten, zoals bij bandplooien in een pantalon en rokken die vanaf een pas vallen. Stik je de vouw een paar centimeter onder de taille vast, dan sluit het kledingstuk plat aan over de heupen en valt de wijdte daaronder open.
Markeer beide lijnen met kleine knipjes in de rand en waar nodig met krijt (zie vouwlijn), vouw en speld alle plooien voor je gaat naaien, en rijg ze daarna bovenaan vast. Stevige geweven stoffen zoals wol, katoenen keperstof en linnen houden plooien het best. Een biesje is een vouw die over de lengte wordt vastgestikt.