Definitie
Een vouwlijn is een lijn op een patroondeel die aangeeft waar de stof tijdens het naaien gevouwen wordt, bijvoorbeeld voor een zoom, beleg, plooi of tailleband.
Vouwlijnen laten zien waar een afgewerkte rand ontstaat door te vouwen in plaats van door een naad. Je ziet ze bij:
- Taillebanden en manchetten, die in de lengte dubbelgevouwen worden.
- Aangeknipte belegen en knoopstroken, die langs de voorrand naar binnen worden teruggevouwen (zie aangeknipt beleg).
- Zomen, waar een vouwlijn de afgewerkte lengte aangeeft.
- Plooien en biesjes, waar je de ene lijn vouwt en op een plaatsingslijn legt (zie plooi).
- Tunnels, die omgevouwen worden tot het kanaal voor elastiek.
Breng vouwlijnen op de stof over met krijt, een raderwieltje of kleine knipjes aan elk uiteinde in de naadtoeslag, en pers de vouw voor je gaat stikken. Langs een strak geperste vouw stik je veel makkelijker dan langs een zachte, en je ziet meteen of de vouw klopt.
Verwar een vouwlijn niet met de aanwijzing aan de stofvouw. Een vouwlijn beschrijft een vouw die je tijdens het naaien maakt; aan de stofvouw beschrijft hoe je het patroon bij het knippen op gevouwen stof legt, zodat een deel dubbel zo breed en zonder naad wordt geknipt. Beide kunnen getekend zijn met lange streepjes of een haak, dus lees het label naast de lijn. Lijnstijlen verschillen per patroonmerk, en meestal staat er een legenda in de handleiding.