Elastisch smokken
Ook wel: smokken met elastiekgaren, rimpelen met elastiekdraad, shirring
Definitie
Elastisch smokken is stof rimpelen met meerdere evenwijdige stiklijnen, meestal met elastiekgaren op de spoel, zodat je een rekbaar paneel met reliëf krijgt.
Met elastisch smokken maak je van een lichte geweven stof een aansluitend, rekbaar deel: een lijfje dat om je ribben sluit, een taille, de rug van een jurk of de manchetten van een mouw. De stiklijnen trekken de stof in zachte rimpeltjes, en het elastiek laat haar over het lichaam meerekken.
Zo smok je met elastiekgaren op een huishoudnaaimachine:
- Wind het elastiekgaren met de hand op de spoel, gelijkmatig en zonder het te rekken.
- Gebruik normaal naaigaren als bovendraad, een steeklengte van ongeveer 3 tot 4 mm en de normale spanning.
- Naai op de goede kant, in evenwijdige rijen van 6 mm tot 1,5 cm (1/4 tot 5/8 inch) uit elkaar, en trek de vorige rijen plat terwijl je verder naait.
- Zet de uiteinden van het elastiek vast door ze te knopen of mee te stikken in een naad.
- Stoom het gesmokte paneel met het strijkijzer er net boven zwevend: het elastiek krimpt en de rimpels trekken samen.
Knip het paneel zo'n 1,5 tot 2 keer de lichaamsmaat die het moet bedekken. Elastisch smokken past bij lichte, soepele stoffen zoals katoenen batist, voile, double gauze, seersucker en viscose; zwaardere stoffen rimpelen niet genoeg. Het resultaat verschilt per machine, dus test eerst op een restje van je stof.
In confectiekleding heten zulke lijfjes vaak gesmokt, maar echt smokwerk is handborduurwerk over plooitjes. Vergelijk ook met rimpelen en elastiek.