Definitie
Een ruche is een strook stof die langs één rand gerimpeld of in een boog geknipt is en aan een kledingstuk wordt gezet, zodat de vrije rand in zachte golven valt.
Ruches, in Engelse patronen ruffles of in Brits-Engels frills, versieren zomen, halslijnen, mouwen, passen en de lagen van rokken. Er zijn twee manieren om de wijdte te maken:
- Gerimpelde ruche: een rechte strook, meestal dwars op de draad geknipt en langs één rand gerimpeld. De wijdte hangt af van de rimpelverhouding: 1,5 keer de rand waaraan je ze naait voor een lichte ruche, 2 keer voor een klassieke, tot 3 keer bij heel dunne stof.
- Ronde ruche, of volant: een ring stof die je knipt als een kleine cirkelrok. De binnenronding wordt bij het aanzetten rechtgetrokken, zodat de buitenrand uitwaaiert zonder rimpels aan de naad. Ze is gladder en platter, maar vraagt meer stof.
Voor een gerimpelde ruche vermenigvuldig je de lengte van de rand met de verhouding en deel je door de stofbreedte om te zien hoeveel stroken je aan elkaar moet zetten. Werk de vrije rand af voor je rimpelt: met een smalle zoom, een rolzoom met de lockmachine, of een strook die je in de lengte dubbelvouwt, zodat er helemaal geen zoom nodig is.
Lichte, soepele stoffen zoals voile, batist, viscose en chiffon geven de mooiste ruches; stugge stoffen staan uit in plaats van te vallen. Een laagjesrok is een stapel gerimpelde ruches, en de rimpelrok kun je met maximaal drie lagen maken. Reken de lengtes uit met de rimpelverhouding-calculator.