Definitie
Een kartelschaar is een schaar met getande bladen die stof met een zigzagrand knipt, wat rafelen bij stevig geweven stoffen beperkt en een decoratieve rand geeft.
De zigzagknip geeft een rand een reeks piepkleine puntjes waarvan de draden schuin zijn doorgeknipt, en die rafelen veel minder uit dan een rechte knip. De techniek heet kartelen, en de kartelschaar is het gereedschap ervoor.
Gebruik:
- Naadtoeslagen afwerken bij katoen, wol en andere stevige geweven stoffen, vooral in gevoerde kleding.
- Gebogen naadtoeslagen bijknippen, waarbij de getande rand ook dikte vermindert.
- Decoratieve randen aan vilt, fleece en papierwerk, waar niets rafelt.
- Stofstalen en proeflapjes knippen die niet mogen uitrafelen.
Een kartelschaar is niet bedoeld om patroondelen uit te knippen: met de tanden kun je een lijn niet nauwkeurig volgen, en je zou de kniplijn en de inknippen kwijtraken. Knip eerst uit met een gewone schaar of een rolmes, en kartel de naadtoeslagen na het naaien.
Gebruik de volle lengte van de bladen: open ze wijd en sluit ze helemaal voor de volgende knip, en leg de tanden voor de nieuwe knip gelijk met de laatste punt, zodat de zigzag doorloopt. Net als bij een kleermakersschaar geldt: alleen voor stof. Papier maakt hem snel bot, en thuis slijpen is lastig.
Voor een duurzamere afwerking combineer je kartelen met een rechte stiklijn, of kies je een andere naadafwerking.