Een patroondeel is een plattegrond van één onderdeel van een kledingstuk. De doorgetrokken buitenlijn is de kniplijn, de streepjeslijn daarbinnen de stiklijn, de lange pijl met twee punten is de draadrichting die evenwijdig aan de zelfkant moet lopen, en de kleine tekens op de randen (inknippen) en in het deel (stippen, figuurnaden) laten zien hoe alles op elkaar aansluit. Lees eerst het label, dan de lijnen, dan de tekens, en niets op het blad zal je nog verrassen.

Deze gids volgt de symbolen die Sewly op zijn patronen tekent, op het scherm en in de geprinte PDF. Ze komen overeen met de afspraken in de meeste papieren en PDF-patronen; gebruikt een gekocht patroon een symbool anders, dan staat er een legenda in de beschrijving. Kijk die één keer na voordat je gaat knippen.

De patroondelen in maat EU 38 / US 6, getekend door de constructie-engine van Sewly (naadtoeslag inbegrepen). Blouse / top van geweven stof →

Welke symbolen staan er op een naaipatroon?

SymboolHoe het eruitzietWat je doet
KniplijnDoorgetrokken buitenlijnErlangs knippen
StiklijnStreepjeslijn binnen de kniplijnErop stikken
DraadrichtingRechte lijn met aan elk uiteinde een pijlpuntEvenwijdig aan de zelfkant leggen
Op de vouwHaak met pijlen naar een rand, met de tekst OP DE VOUWDie rand op de gevouwen kant van de stof leggen
InknipKort streepje vanaf de kniplijn het deel inOp de inknip van het aansluitende deel leggen
Dubbele inknipTwee korte streepjes naast elkaarGeeft de achterkant van het kledingstuk aan
StipKleine gevulde cirkelOvernemen: punten van figuurnaden, draaipunten, aansluitpunten
FiguurnaadTwee gestreepte benen die samenkomen in een stipVouwen en stikken van de rand tot de stip
KnoopsgatLijn met aan elk uiteinde een kort dwarsstreepjeEen knoopsgat van die lengte maken
KnoopKleine open cirkelDaar een knoop aanzetten

Kniplijn en stiklijn

De doorgetrokken buitenlijn is de kniplijn. Alles tussen die lijn en de gestreepte stiklijn is de naadtoeslag, de rand die na het stikken aan de binnenkant van de naad verdwijnt. Bij Sewly-patronen zit de naadtoeslag er al bij: standaard 1,5 cm op geweven stof en 1 cm op tricot, met een ruimere toeslag aan zomen en tunnels voor elastiek. Omdat beide lijnen getekend zijn, zie je altijd precies waar het stiksel komt, en dat helpt vooral bij rondingen en hoeken.

Veel patronen met meerdere maten, ook die uit naaitijdschriften, drukken alleen de kniplijnen af, in elkaar geschoven, en vermelden de naadtoeslag in de beschrijving. De stiklijn bestaat dan alleen in gedachten: je houdt de stofrand langs de bijpassende lijn op de steekplaat van je machine. Controleer bij elk patroon vóór het knippen twee dingen: of de naadtoeslag inbegrepen is en hoe breed hij is.

Opmerking: Zomen krijgen meestal een bredere toeslag dan naden, bij Sewly-patronen standaard bijvoorbeeld 2,5 cm op geweven stof en 2 cm op tricot. De streepjeslijn langs de zoom geeft de afgewerkte lengte aan.

De draadrichtingspijl

De rechte lijn met aan elk uiteinde een pijlpunt is de draadrichting. Die vertelt je hoe het deel op de stof ligt: de lijn moet evenwijdig lopen aan de zelfkant, de geweven rand van de stof die niet rafelt. Welke kant de pijlen op wijzen maakt niet uit; het gaat erom dat beide uiteinden even ver van de zelfkant liggen.

Om het deel goed te leggen meet je vanaf het ene uiteinde van de pijl tot de zelfkant, dan vanaf het andere uiteinde, en verschuif je het deel tot beide maten gelijk zijn. Een deel dat ook maar een tikje scheef geknipt is, kan na de eerste wasbeurt om je lichaam gaan draaien, dus die ene controle is de extra minuut meer dan waard. Bij tricot loopt de pijl langs de ribbeltjes (de fijne verticale rijen lusjes), zodat de grootste rek rondom het lichaam zit.

Sommige delen hebben naast de pijl ook een aanwijzing: ‘Schuin van draad knippen (45°)’ voor biaisstroken, of ‘Rek in de lengte’ voor halsboorden en manchetten van tricot.

Op de vouw

Een haak met pijlen naar één rand, met de tekst OP DE VOUW, betekent dat die rand precies op de gevouwen kant van de stof komt. Je knipt door beide lagen en als je de stof openvouwt, heb je één symmetrisch deel dat twee keer zo breed is als het papier. Een vouwkant heeft geen naadtoeslag, dus tel er geen bij, en laat geen ruimte tussen het papier en de vouw: 5 mm ruimte wordt 1 cm extra breedte.

Verwar dit niet met een vouwlijn, een lange streep-punt-lijn binnen een deel. Een vouwlijn laat zien waar de stof na het knippen naar binnen wordt omgevouwen, zoals bij een knoopsluiting met aangeknipt beleg of het split van een kokerrok.

Inknippen: enkel en dubbel

Inknippen zijn korte streepjes die op de kniplijn beginnen en het deel in wijzen. Ze leggen twee randen die aan elkaar gestikt worden precies tegen elkaar: de inknip in de zijnaad van het voorpand op die van het achterpand, de inknip van de mouw op die van het armsgat. Ze geven ook aan waar iets begint of ophoudt, zoals een zakopening of de onderkant van een rits.

Volgens afspraak staat een enkele inknip voor de voorkant en een dubbele inknip voor de achterkant. Op een mouw hoort de enkele inknip bij het voorste armsgat, de dubbele bij het achterste armsgat, en een inknip boven op de mouwkop komt op de schoudernaad. Bij Sewly-mouwen zit de enkele inknip voor 7,5 cm en de dubbele inknip achter 8,5 cm boven de oksel, zodat je links en rechts ook uit elkaar houdt als het papier eraf is. Sommige patronen gebruiken drievoudige inknippen voor een derde soort naad; het principe blijft hetzelfde.

Stippen, figuurnaden en lijnen binnen het deel

Een stip is een aansluitpunt: de punt van een figuurnaad, de hoek waar je draait, het einde van een gerimpeld stuk of de bovenkant van een plooi. Neem elke stip over voordat je het papier losmaakt.

Een figuurnaad zie je als twee gestreepte benen die bij de rand beginnen en samenkomen in een stip, de punt. Bij figuurnaden in Sewly-rokken en bij borstfiguurnaden geeft bovendien een inknip op de kniplijn aan waar elk been de rand raakt. Een dubbele figuurnaad met twee punten, die je in de taille van getailleerde jurken en tops tegenkomt, is getekend als een smalle ruit met aan elk uiteinde een stip.

Lijnen binnen het deel met een ander streeppatroon hebben elk hun eigen taak: een lang-kort gestreepte lijn markeert het midden voor, een stippellijn geeft aan waar je rimpelt of waar elastiek komt, en een lijn over het midden van een broekspijp markeert de draadrichting en de persplooi.

Het label lezen

Elk patroondeel heeft ongeveer in het midden een label. Lees dat voor al het andere:

  • De naam: Voorpand, Achterpand, Mouw, Zakbuidel, Capuchon.
  • Hoe vaak je knipt: ‘1× op de vouw’ (één symmetrisch deel), ‘2× (een paar)’ (een linker- en een rechterdeel, die je krijgt door twee lagen stof tegelijk te knippen), ‘4× (paren)’ (twee linker- en twee rechterdelen, zoals de zakbuidels van zakken in de zijnaad).
  • Een aanwijzing: ‘Half met vlieseline’, ‘Schuin van draad knippen (45°)’, ‘Rek in de lengte’.

Grote, eenvoudige rechthoeken (tailleband, strikbanden, banen van een rimpelrok) worden vaak helemaal niet afgedrukt. Sewly geeft ze met hun knipmaten, zodat je ze met een liniaal en krijt direct op de stof tekent; dat scheelt papier en plakband.

Een nieuw patroon lezen, stap voor stap

  1. Print het patroon en meet als allereerste het testvierkant (5 cm en 2 inch op Sewly-patronen). Klopt het niet, dan past de rest ook niet.
  2. Vergelijk de lijst met patroondelen met de delen die je hebt en noteer hoe vaak je elk deel knipt.
  3. Lees elk label en schrijf de maat of de naam van het maatprofiel op het papier als je het patroon nog eens wilt gebruiken.
  4. Zoek op elk deel de draadrichting en eventuele vouwkanten.
  5. Markeer de inknippen en stippen met een markeerstift, zodat je ze bij het knippen niet over het hoofd ziet.
  6. Bekijk het knipplan voor jouw stofbreedte en bepaal welke delen op de vouw komen.
  7. Neem na het knippen de patroontekens over op de stof voordat je het papier weghaalt.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze oplost

  • Op de stiklijn geknipt. Elke naad wordt 3 cm kleiner, 1,5 cm per deel. Heb je nog niet gestikt, knip dan opnieuw; heb je dat wel, stik dan naden van 3 mm en neem een nauwere pasvorm voor lief, of gebruik de delen voor een kleiner kledingstuk.
  • Dubbele inknippen genegeerd. De mouwen zitten er verkeerd om in en draaien naar voren. Torn ze los, wissel linker- en rechtermouw om en leg dubbel op dubbel.
  • Draadrichting op het oog gelegd. Het kledingstuk hangt scheef. Na het knippen is daar eigenlijk niets meer aan te doen behalve het deel opnieuw knippen, dus meet altijd beide uiteinden.
  • Naadtoeslag dubbel toegevoegd. Zit de naadtoeslag al in het patroon en tel je er nog wat bij, dan wordt alles per naad 3 cm ruimer. Lees vóór het knippen wat het patroon daarover zegt.
  • Ruimte bij de vouw. Het deel wordt breder dan getekend. Schuif het papier helemaal tegen de vouw en speld die rand als eerste vast.
  • Tekens verdwenen met het papier. Punten van figuurnaden en stippen zijn weg zodra je het papier losmaakt. Leg het papier terug op het deel, laat de kniplijnen samenvallen en teken alles opnieuw af.

Zijn de symbolen eenmaal duidelijk, dan is de volgende stap de delen op de stof leggen: zie stof op draadrichting neerleggen en knippen.