Om een naaimachine klaar te maken, wind je een spoeltje op, rijg je de bovendraad in met de naaivoet omhoog, plaats je het spoeltje en haal je de onderdraad op, en stel je een rechte steek van ongeveer 2,5 mm lang in. Test op een dubbele laag stofrestjes: zien de steken er aan beide kanten hetzelfde uit, dan is de spanning in evenwicht en ben je klaar voor een eerste naad. Machines verschillen in de details, dus houd de handleiding bij de hand; de principes hieronder gelden voor bijna elke huishoudnaaimachine.
De onderdelen die je gebruikt
- Garenpen en draadgeleiders: houden het garen vast en leiden het door de machine.
- Draadspanningsknop: bepaalt hoe stevig de bovendraad wordt vastgehouden, meestal genummerd van 0 tot 9.
- Draadhefboom: de arm boven de naald die op en neer gaat en elke steek aantrekt.
- Naaivoet en naaivoetlichter: de voet drukt de stof tegen de transporteur, de getande strips eronder die de stof vooruit bewegen.
- Steekplaat: de metalen plaat onder de voet, met hulplijnen voor de naad in millimeters of inches.
- Spoel en spoelhuls: bevatten de onderdraad, onder de steekplaat.
- Handwiel: aan de rechterkant; draai het altijd naar je toe.
- Steekkeuze, steeklengte en achteruitknop: kies de steek en de lengte, en naai achteruit om naden af te hechten.
Hoe wind je een spoeltje op?
- Gebruik de spoeltjes die voor jouw model gemaakt zijn. Spoeltjes die op elkaar lijken, verschillen vaak net iets, en een verkeerd spoeltje laat de machine vastlopen.
- Zet het garen op de garenpen, leid het door de draadgeleider voor het spoelen en wikkel met de hand een paar slagen om het lege spoeltje.
- Duw het spoeltje op de spoelas en zet het vast.
- Houd het draadeinde vast, druk een paar seconden met een rustige, gemiddelde snelheid op het pedaal, stop en knip het eind vlak bij het spoeltje af.
- Spoel verder tot het spoeltje vol is of de spoeler vanzelf stopt, en zet het dan los.
Een gelijkmatig en stevig opgewonden spoeltje naait gelijkmatig. Ziet het garen er los of hobbelig uit, wind dan een nieuw spoeltje op.
Hoe rijg je de bovendraad in?
- Zet de naaivoet omhoog. Daardoor gaan de spanningsschijfjes open, zodat het garen ertussen kan glijden. Inrijgen met de voet omlaag is de meest voorkomende oorzaak van een draadknoedel onder de stof.
- Draai het handwiel naar je toe tot de draadhefboom op zijn hoogste punt staat.
- Volg het genummerde pad dat op de machine staat: door de bovenste geleider, omlaag door het kanaal, om de U-bocht en omhoog naar de draadhefboom. Controleer of het garen door het oog van de hefboom gaat.
- Breng het garen omlaag door de geleider vlak boven de naald.
- Rijg de naald op de meeste machines van voor naar achter in (bij sommige van links naar rechts; je handleiding laat zien welke), en trek ongeveer 15 cm garen door.
Hoe plaats je het spoeltje en haal je de onderdraad op?
- Bovenlader (horizontale spoel): leg het spoeltje zo in de houder dat het garen afwikkelt in de richting van het schema bij de steekplaat, en leid het garen door de gleuf.
- Voorlader (spoelhuls): zet het spoeltje in de spoelhuls, trek het garen onder het spanningsveertje en klik de huls op zijn plaats.
Om de onderdraad op te halen, houd je het eind van de bovendraad vast, draai je het handwiel één hele slag naar je toe en trek je zachtjes aan de bovendraad: er komt een lus onderdraad omhoog door de steekplaat. Trek beide draden onder de voet door naar achteren.
Kies de naald en de steeklengte
| Stof | Naald | Steeklengte rechte steek |
|---|---|---|
| Lichte geweven stoffen (voile, batist, viscose) | 70/10 universeel of microtex | 2–2,2 mm |
| Middelzware geweven stoffen (popeline, linnen, quiltkatoen) | 80/12 universeel | 2,5 mm |
| Zware geweven stoffen (denim, canvas) | 90/14 tot 100/16 jeans | 3 mm |
| Tricot (jersey, interlock) | 75/11 of 80/12 ballpoint of stretch | Smalle zigzag of stretchsteek |
| Rijgen (tijdelijke steken) | Dezelfde als voor de stof | 4–5 mm |
Vervang de naald na ongeveer 8 uur naaien, aan het begin van elk nieuw project, of zodra hij steken overslaat of een bonkend geluid maakt. Het artikel over steeklengte in de woordenlijst legt uit hoe millimeters en steken per inch zich tot elkaar verhouden.
Controleer de draadspanning
Een evenwichtige draadspanning betekent dat boven- en onderdraad elkaar precies tussen de twee stoflagen vastgrijpen, zodat geen van beide aan de andere kant te zien is. Veel machines naaien evenwichtig op een middelste stand zoals 4, maar het juiste getal hangt af van de machine, het garen en de stof.
Naai een lijn op een dubbelgevouwen restje, het liefst met een andere kleur in de naald dan in de spoel, en bekijk beide kanten:
- De onderdraad is aan de bovenkant te zien: de bovenspanning is te strak. Draai de knop naar een lager getal.
- Lusjes of bovendraad aan de onderkant: rijg eerst de bovendraad opnieuw in met de naaivoet omhoog. Blijven de lusjes, draai de knop dan naar een hoger getal.
- De stof trekt rimpels langs de naad: verlaag de spanning iets, of maak de steek korter op fijne stof.
Verander één getal tegelijk en test opnieuw. Blijf van het schroefje op de spoelhuls af, tenzij je handleiding zegt dat je het moet bijstellen.
Naai je eerste naad
- Leg twee restjes goede kanten op elkaar en speld haaks op de rand.
- Leg de stofranden langs de lijn van 1,5 cm op de steekplaat, de gangbare naadtoeslag voor geweven stof.
- Draai aan het handwiel om de naald in de stof te steken en laat dan de naaivoet zakken.
- Houd beide draadeinden de eerste paar steken losjes achter de voet vast.
- Naai 4 steken vooruit, 4 achteruit en dan weer vooruit. Dit afhechten zet het begin van de naad vast.
- Naai op een gelijkmatig tempo en kijk naar de rand van de stof langs de hulplijn, niet naar de naald. Geleid de stof; duw of trek er niet aan.
- Haal elke speld eruit voordat hij bij de voet komt.
- Hecht aan het eind opnieuw af, stop met de draadhefboom op het hoogste punt, zet de voet omhoog, schuif de stof weg en knip de draden af.
- Strijk de naad eerst plat zoals hij genaaid is, en strijk hem daarna open.
Voelt dit makkelijk, ga dan verder met bochten en hoeken in een rechte naad naaien en draaien op de naald.
Problemen oplossen
| Probleem | Meest waarschijnlijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Vogelnestje onder de stof | Bovendraad zit niet tussen de spanningsschijfjes | Opnieuw inrijgen met de naaivoet omhoog |
| Overgeslagen steken | Botte of verkeerde naald | Nieuwe naald; ballpointnaald voor tricot |
| Bovendraad breekt | Fout bij het inrijgen, spanning te strak, oud garen | Opnieuw inrijgen, spanning verlagen, vers garen gebruiken |
| Naald breekt | Over spelden naaien, aan de stof trekken | Spelden op tijd verwijderen; de transporteur laten werken |
| Stof schuift niet op | Transporteur verzonken of steeklengte op 0 | Transporteur omhoog; zet 2,5 mm in |
| Vastlopen aan het begin van een naad | Draadeinden niet vastgehouden | Houd beide draadeinden vast bij de eerste steken |
Veiligheid en onderhoud
Houd je vingers uit de buurt van de naald en zet de machine uit voordat je de naald of de naaivoet verwisselt. Borstel na elk project het pluis uit de spoelruimte, en olie de machine alleen waar en wanneer de handleiding dat aangeeft. Dek hem af als je hem niet gebruikt, zodat het mechaniek stofvrij blijft.