Definitie
Draadspanning is de balans in trekkracht op de bovendraad en de onderdraad, waardoor ze precies halverwege tussen de stoflagen in elkaar grijpen.
Met een gebalanceerde spanning grijpen de twee draden tussen de lagen in elkaar en ziet de steek er aan beide kanten hetzelfde uit. Klopt de spanning niet, dan ligt de ene draad plat op het oppervlak, terwijl de andere naar zijn kant wordt getrokken in puntjes of lusjes.
Zo lees je de signalen:
| Wat je ziet | Meest voorkomende oorzaak |
|---|---|
| Lussen of een knoedel onder de stof | Bovendraad zit niet tussen de spanningsschijfjes: opnieuw inrijgen met de naaivoet omhoog |
| Onderdraad zichtbaar als puntjes bovenop | Bovendraadspanning te strak |
| Bovendraad zichtbaar als puntjes onderaan | Bovendraadspanning te los |
| Stof trekt samen langs de naad | Spanning te strak voor een lichte stof, of steek te kort |
Voor je aan een knop draait, rijg je de machine helemaal opnieuw in met de naaivoet omhoog, controleer je of de spoel goed om is ingelegd, en gebruik je boven en onder hetzelfde garen. De meeste spanningsproblemen verdwijnen al in deze fase.
Pas daarna alleen de bovendraadspanning aan, in kleine stapjes; veel machines staan standaard op ongeveer 4 op een schaal van 0 tot 9. Blijf van het schroefje van de spoelhuls af, tenzij je handleiding iets anders zegt, en test op een dubbele laag van de stof waarmee je werkt.
Sommige technieken veranderen de spanning juist expres: met een lagere spanning laten rimpel- en rijgsteken zich makkelijker aantrekken en uittrekken. Zie naaivoet en naaimachine-basis.