Om een knoopsgat te naaien, verstevig je eerst die plek, markeer je de plaats en de lengte van het knoopsgat, naai je het met de knoopsgatvoet van je machine en snijd je het daarna open tussen de uiteinden, met aan elk eind een speld als stopper. Maak elk knoopsgat zo lang als de doorsnede van de knoop plus de dikte, dus voor een platte knoop ongeveer 3 mm langer dan de knoop. Zet de knoop aan met een steeltje van garen, zodat hij boven op de stoflaag met het knoopsgat ligt zonder die strak te trekken.

Hoe lang moet een knoopsgat zijn?

Meet de knoop van kant tot kant en tel de dikte erbij op. Een platte overhemdknoop van 1 cm heeft een knoopsgat van ongeveer 1,3 cm nodig; een bolle knoop of een balknoop heeft meer nodig, omdat hij op zijn dikste punt door het gat moet. Heb je een bijzondere knoop, wikkel dan een smal papierstrookje om het dikste deel, knijp het samen waar het papier elkaar raakt en halveer die lengte: dat is de kleinste opening waar de knoop door past.

Platte knoopLengte knoopsgatTypisch gebruik
1 cm1,3 cmBlouses, overhemden, kinderkleding
1,5 cm1,8 cmJurken, vesten, manchetten
2 cm2,3 cmTaillebanden, rokken, lichte jasjes
2,5 cm2,9 cmJassen, tassen

Naai altijd eerst een proefknoopsgat op een restje met dezelfde lagen en versteviging als het kledingstuk, snijd het open en duw de knoop erdoor voordat je aan het echte werk begint.

Waar komen de knoopsgaten?

  • Verticale knoopsgaten lopen langs een knopenlijst of split, gecentreerd op de lijn van midden voor. De knoop kan daarin een beetje op en neer schuiven, wat goed past bij overhemden en blouses.
  • Horizontale knoopsgaten vangen spanning in de breedte op, dus ze passen bij taillebanden, manchetten en nauwsluitende voorpanden. Laat ze 3 mm voorbij midden voor beginnen, richting de rand, zodat de knoop precies op midden voor zit als het kledingstuk trekt.
  • Welke kant: volgens de traditie zitten de knoopsgaten bij dameskleding op het rechtervoorpand en bij herenkleding op het linkervoorpand.
  • Afstand: zet het bovenste knoopsgat zo'n 1,5 cm onder de afgewerkte halslijn en het onderste minstens 6 cm boven de zoom, en verdeel de rest gelijkmatig, meestal 7 tot 10 cm uit elkaar. Zet er een op het volste punt van de buste, dan gaapt het voorpand niet. De knopenafstandcalculator rekent het voor je uit.

Staan de knoopsgaten op je patroon, zoals bij de versie met knoopsluiting van de geweven top van Sewly, gebruik dan die markeringen en controleer de lengte met de knopen die je echt hebt gekocht.

Voorbereiden: versteviging en markeren

  1. Verstevig de knopenlijst en de plek van de knoopsgaten met lichte of middelzware opstrijkbare vlieseline. Zonder versteviging rekt het knoopsgat uit en trekken de steken de stof samen. Een aangeknipte knopenlijst verstevig je op de helft die als beleg dient.
  2. Markeer elk knoopsgat aan de goede kant met een wateroplosbare stift of krijt: een lijn voor de lengte en een kort dwarsstreepje aan elk eind.
  3. Naai je proefknoopsgat op een restje dat precies zo is voorbereid als de knopenlijst.

Hoe naai je een knoopsgat in één stap?

De meeste moderne machines naaien een knoopsgat in één stap, ook wel een automatisch knoopsgat: de voet meet de knoop en de machine naait het hele knoopsgat zonder te stoppen. Leer je je machine nog kennen, kijk dan eerst in de basis van de naaimachine hoe je inrijgt en de draadspanning instelt.

  1. Klik de knoopsgatvoet, een speciale naaivoet, op de machine en leg de knoop in het schuifje achter op de voet; de voet bepaalt de lengte aan de hand daarvan.
  2. Kies de knoopsgatsteek en trek op de meeste machines de knoopsgathendel omlaag, zodat hij achter het nokje op de voet zit.
  3. Leg de stof onder de voet met de naald aan het begin van je markering. Kijk in je handleiding in welke richting je machine naait, want dat verschilt.
  4. Houd de draadeinden vast en druk het pedaal gelijkmatig in. De machine naait de ene kant, een trens aan het eind, de andere kant en de afsluitende trens, en stopt dan.
  5. Trek de draden naar de verkeerde kant en knoop ze vast. Rafelt je stof, doe dan een druppel rafelstop op de snijlijn en laat die drogen.

Hoe naai je een knoopsgat in vier stappen?

Oudere en eenvoudigere machines verdelen het knoopsgat over vier standen van de knop: een trens, de ene kant, de tweede trens en de andere kant.

  1. Markeer beide uiteinden duidelijk: de machine stopt niet vanzelf.
  2. Kies stap 1 en naai vijf of zes steken voor de eerste trens.
  3. Kies stap 2 en naai langs de ene kant tot de markering aan het eind. Tel de steken.
  4. Kies stap 3 en naai de tweede trens.
  5. Kies stap 4 en naai langs de andere kant terug met hetzelfde aantal steken, zodat beide kanten even lang zijn.

Het knoopsgat opensnijden

Steek aan elk eind van het knoopsgat een speld dwars erdoor, vlak binnen de trenzen. Zet de punt van een tornmesje aan het ene eind in en snijd naar het midden, en doe daarna hetzelfde vanaf het andere eind; de spelden houden het mesje tegen voordat het door een trens gaat. Een knoopsgatbeitel die je op een houten blokje drukt, geeft een nog strakkere snede. Knip losse draadjes weg met een kleine schaar.

Hoe zet je een knoop met de hand aan?

  1. Sluit het kledingstuk met midden voor op elkaar en steek een speld door elk knoopsgat om de plaats van de knoop te markeren: aan het buitenste eind van een horizontaal knoopsgat, 3 mm onder het bovenste eind van een verticaal knoopsgat.
  2. Rijg een handnaald in met een dubbele draad gewoon naaigaren van zo'n 60 cm, maak een knoop en neem een klein steekje op de markering aan de goede kant, waar de knoop het straks verbergt.
  3. Leg een tandenstoker of een dikke speld boven op de knoop, tussen de gaatjes. Die houdt de knoop van de stof af, zodat er ruimte blijft voor het steeltje.
  4. Steek zes tot acht keer op en neer door de gaatjes, over de tandenstoker heen. Maak bij een knoop met vier gaatjes twee evenwijdige streepjes of een kruis.
  5. Haal de tandenstoker weg, til de knoop op en wikkel de draad vijf of zes keer om de steken eronder, zodat er een stevig steeltje ontstaat.
  6. Breng de naald naar de verkeerde kant en hecht af met drie kleine steekjes over elkaar.

Knopen met een oogje aan de onderkant, steelknopen, hebben die ruimte al en hebben geen steeltje van garen nodig. Veel machines kunnen ook platte knopen aanzetten: laat de transporteur zakken, kies een zigzag zo breed als de afstand tussen de gaatjes (vaak 3 tot 3,5 mm), draai één keer met de hand aan het handwiel om te controleren of de naald beide gaatjes raakt en naai dan zo'n acht steken.

Veelvoorkomende problemen met knoopsgaten

  • De knoop past er niet door. Het knoopsgat is te kort voor een dikke of bolle knoop. Naai een nieuw knoopsgat dat 2 tot 3 mm langer is, en maak de volgende keer eerst een proef op een restje.
  • De stof loopt vast bij het begin. De voet staat scheef door een naad of een dikke rand. Begin op een plat stuk, of schuif een opgevouwen restje onder de achterkant van de voet om hem recht te zetten.
  • Dunne stof trekt samen of krult op. Hij heeft steun nodig. Gebruik versteviging, of naai over een laagje scheurvlies of zijdepapier en scheur dat er daarna af.
  • De ene kant is dichter dan de andere. Tel bij een machine met vier stappen de steken; laat bij elke machine de transporteur de stof verplaatsen in plaats van te duwen of tegen te houden.
  • Je hebt door een trens gesneden. Zet hem vast met een paar steekjes met de hand en een druppel rafelstop, en gebruik altijd spelden als stopper.
  • Het voorpand gaapt tussen de knopen. Er ontbreekt een knoop op het volste punt van de buste. Zet er daar een, of een klein drukknoopje.