Definitie
Trapsgewijs bijknippen betekent de lagen van een naadtoeslag elk op een andere breedte knippen, zodat ze in dikte aflopen en er bij ingesloten naden geen zichtbare richel ontstaat.
Waar meerdere lagen samenkomen in een ingesloten naad, zoals bij een kraag, een halslijn met beleg, een tailleband of een manchet, eindigen alle rafelranden op dezelfde lijn. Na het persen vormen ze een harde richel die aan de goede kant doorschemert. Trapsgewijs bijknippen laat ze verspringen.
Zo doe je het:
- Stik de naad en pers hem plat zoals hij gestikt is.
- Laat de naadtoeslag die het dichtst bij de buitenkant van het kledingstuk ligt het breedst, ongeveer 6 mm (1/4 inch).
- Knip de andere naadtoeslag, die aan de kant van het beleg, bij tot ongeveer 3 mm (1/8 inch).
- Bij dikke stoffen met meerdere lagen, vlieseline inbegrepen, knip je elke laag iets smaller dan de vorige.
De breedste laag vangt de andere op, zodat je het trapje van buiten niet ziet. Knip daarna de rondingen in of knip er V-tjes uit (zie rondingen inknippen) en stik het beleg onder.
Knip naden die opengeperst worden niet trapsgewijs bij, en ook geen naden in rafelende stof die hun volle breedte nodig hebben om afgewerkt te worden.
Trapsgewijs bijknippen heeft niets te maken met graderen, het omzetten van een patroon naar een reeks maten. In Engelstalige patronen heten beide grading en vertelt de context welke bedoeld wordt; in het Nederlands zijn het gelukkig twee aparte woorden.