Definitie
De transporteur bestaat uit de kleine getande metalen strips onder de naaivoet die door de steekplaat omhoogkomen en de stof tussen twee steken vooruit schuiven.
De transporteur beweegt in een rondje: omhoog door de sleuven in de steekplaat, naar achteren om de stof mee te nemen, omlaag en weer naar voren, één keer per steek. De afstand die hij aflegt, bepaalt de steeklengte, en bij achteruit naaien loopt het rondje andersom.
Goede gewoontes:
- Laat hem het werk doen. Duwen of trekken aan de stof werkt de transporteur tegen, geeft ongelijke steken en kan de naald verbuigen.
- Let op de onderste laag. De transporteur grijpt de onderste laag terwijl de naaivoet de bovenste afremt, waardoor de onderste laag iets sneller doorschuift. Dat kun je bewust gebruiken door bij het inhalen het langere deel onder te leggen, zoals bij een mouwkop. Wil je dat juist niet, dan voegt een boventransportvoet tandjes aan de bovenkant toe.
- Begin op de stof. Begin je precies op de rand van dunne stof, dan trekt de transporteur die de steekplaat in; begin een paar millimeter verder, of stik eerst op een restje.
- Houd hem schoon. Pluis hoopt zich op onder de steekplaat en vermindert de grip. Haal om de paar projecten de steekplaat eraf en borstel de transporteur schoon.
Bij de meeste machines kun je de transporteur laten zakken, of afdekken met een plaatje, voor vrij quilten, stoppen en knopen aanzetten met de machine. Meer in naaimachine-basis.