Definitie
Een overlocksteek is een steek die draadlussen om de rand van de stof slaat terwijl messen die rand bijsnijden, gemaakt met een lockmachine om randen af te werken of rekbare naden te naaien.
De overlocksteek zit aan de binnenkant van bijna elk gekocht T-shirt. De machine die hem maakt heet bij ons een lockmachine of overlockmachine; in Brits-Engels is dat een overlocker, in Amerikaans-Engels een serger. Locken, overlocken en het Engelse serging betekenen allemaal hetzelfde.
De steek bestaat in een paar vormen:
| Steek | Draden | Gebruik |
|---|---|---|
| 3-draads overlock | 1 naald, 2 grijpers | Randen afwerken en lichte naden |
| 4-draads overlock | 2 naalden, 2 grijpers | Constructienaden in tricot, met een extra rij voor stevigheid |
| Rolzoom | 2 of 3 draden | Piepklein omwonden randje op chiffon, ruches en servetten |
| Flatlock | 2 of 3 draden | Platte decoratieve naad voor sportkleding |
Dankzij de lussen rekt een overlocksteek mee met de stof, en daarom is het de standaardnaad voor tricot. Op geweven stof gebruik je hem vooral om onafgewerkte randen af te werken, voor of nadat je de naad met een rechte steek hebt gestikt.
Veel naaimachines hebben een ‘overlocksteek’ of overhandse steek die de look nabootst door over de rand heen te stikken, zonder bij te snijden. Dat werkt voor het afwerken van randen, het best met een overlockvoet, maar het gaat trager en minder netjes dan een echte overlock.
Worden naden in tricot golvend, stel dan het differentieeltransport van je lockmachine bij. Voor afwerkingen op een gewone machine, zie zigzagsteek en naadafwerking.