Woordenlijst

Buitenbeennaad

Ook wel: zijnaad van de broek, buitenbeenlengte, outseam

Definitie

De buitenbeennaad is de naad aan de buitenkant van een broekspijp of korte broek, van de taille tot de zoom; als maat heet die lengte de buitenbeenlengte.

De buitenbeennaad is de zijnaad van een broek. Hij verbindt het voor- en achterpand van de pijp van de taille tot de zoom, en bij de meeste patronen zitten de zakken erin: naadzakken zitten in het bovenste deel, en schuine voorzakken komen erin uit.

Als maat neem je de buitenbeenlengte aan de zijkant, van de taille tot de gewenste zoomlengte. Die is ongeveer gelijk aan de kruishoogte plus de binnenbeenlengte, en dat geeft je een snelle controle: als de buitenbeenlengte min de binnenbeenlengte van een patroon veel langer is dan je eigen kruishoogte, komt de taille bij jou hoger te zitten dan bedoeld.

Aan de buitenbeennaad zie je ook of een broek recht hangt. Een zijnaad die naar voren draait, betekent meestal dat een van de delen niet recht van draad is geknipt, of dat voor- en achterpand tijdens het naaien verschillend zijn uitgerekt.

Bij kleding met elastiek in de taille, zoals de korte broek met elastiek, is de buitenbeennaad vaak de eenvoudigste plek om de pasvorm aan te passen: speld aan beide kanten evenveel weg als de broek te wijd is, of stik met een smallere naadtoeslag als hij strak zit op de heup. Doe dezelfde aanpassing aan beide pijpen, zodat het kledingstuk in balans blijft.

← Alle termen